Wijfjesvaren

Wijfjesvaren    
Athyrium filix-femina
Wijfjesvarenfamilie
---------------------------------------------------------------
Wijfjesvarens zijn sierlijke planten, met kantachtig, fijn verdeeld blad, twee tot driemaal geveerd. De bladeren groeien in een rozet, zijn lichtgroen en 30 tot 100 cm lang en tot 25 cm breed, met de grootste breedte in het midden. Ze houden van een vochtige bodem en groeien meestal aan de oevers van sloten en beken, op natte, kalkarme grond. Ze komen vooral op beschaduwde plaatsen voor, soms zelfs op oude, vochtige muren.

De plant sterft af in het najaar en in het voorjaar verschijnen de stijf opgerolde nieuwe bladeren, die zich langzaam strekken en ontvouwen.
Varens vormen geen zaden, maar sporen. De wijfjesvaren vormt sporenhoopjes aan de onderzijde van de bladeren. Deze hoopjes zijn langwerpig en iets gekromd, met een smal dekvliesje. Zie foto 3.
De stoffijne sporen worden gemakkelijk door de wind meegenomen.

De geslachtsnaam ‘Athyrium’ betekent ‘vensterloos of deurloos’. Dat heeft te maken met ondoorschijnende mazen in de wortelschubben. ‘Filix’ betekent varen en ‘femina’ spreekt voor zich. Filix-femina duidt op de sierlijke, fijn verdeelde bladeren.
We kennen ook de mannetjesvaren, Dryopteris filix-mas, die veel steviger en forser van structuur is.
Mas’ staat voor mannelijk.

Het lijkt zo’n mooi koppel – de wijfjesvaren en de mannetjesvaren – maar helaas, ze kunnen niets met elkaar beginnen. Ze behoren tot verschillende varenfamilies en dat botert niet. De mannetjesvaren, behoort tot de niervarenfamilie. Er komen dus nooit ‘kindertjesvarens’ van deze twee !

Bloem Geen. Voortplanting d.m.v. sporen, die aan de onderzijde van het blad worden gevormd.
Hoogte 0,50 – 0,60 m.
Bloeitijd In de zomer rijpen de sporen.
Blad Lichtgroen, fijn verdeeld, veervormig. Zie foto 2.
Stengel Aan de voet purper-bruin, daarboven groen. Soms roodachtig.
Vruchten Geen vruchten, maar sporen. Zie foto 3.
Overig Overblijvende plant.
Standplaats Beschaduwde, vochtige oevers, op muren.
In Breda In brandgangen, langs de singels.
Vergelijk Mannetjesvaren (Dryopteris filix-mas). Een duidelijk verschil is het aantal vaatbundels in de bladsteel. Het aantal wordt zichtbaar wanneer we de bladsteel dwars doorsnijden. De wijfjesvaren heeft er twee en de mannetjesvaren heeft er vijf.
Een ander verschil is de stand van de onderste deelblaadjes: bij de wijfjesvaren wijzen deze enigszins naar beneden en bij de mannetjesvaren niet.

 

Een samenwerking van IVN Mark&Donge en KNNV Breda