Kaal knopkruid

Kaal knopkruid
Galinsoga parviflora
Composietenfamilie
---------------------------------------------------------------
Bij de meeste bloemen van deze familie staan de opvallende lintbloemen in een aaneengesloten krans om het hart met buisbloemen. Het bloemhoofdje van zowel het harig als het kaal knopkruid heeft echter veel weg van het gebit van een kind dat zijn tanden aan het wisselen is. Er zitten grote openingen tussen de vijf witte lintbloemen die om een hartje van gele buisbloemen staan.

De beide soorten zijn een lastig onkruid in veel moestuinen. Ook in de stad laat de plant zich veelvuldig zien. De kale en de harige zijn voor het eerst in Nederland gezien in het midden van de 19e eeuw en zijn toen een zegetocht over het land begonnen. Nu zijn ze samen in vrijwel het hele land algemeen. Kaal knopkruid komt uit Midden-Amerika en harig knopkruid uit Zuid-Amerika. Harig knopkruid heeft meer behoefte aan warmte en is daarom in het noorden van Nederland schaarser.

Knopkruid is een betrekkelijk saaie plant waar geen geneeskrachtige eigenschappen aan zijn toegeschreven en die ook hier niet aanbevolen wordt voor gebruik in de keuken. Dit in tegenstelling tot zijn herkomstregio. Daar wordt het dankbaar als sla gegeten.
De geslachtsnaam ‘Galinsoga’ is ontleend aan M.M. de Galinsoga (1766-1797), arts en botanicus en intendant van de koninklijke tuin in Madrid. De soortaanduiding ‘parviflora’ betekent ‘kleine bloem’.
De Nederlandse naam ‘knopkruid’ heeft eveneens betrekking op het kleine knopvormige gele bloemhoofdje.

Bloem Samengesteldbloemig met lintbloemen en buisbloemen. De lintbloemen staan niet als een aaneengesloten krans om de buisbloemen. De lintbloemen zijn wit, de buisbloemen geel. Zie foto 3.
Hoogte 0,20 – 0,60 m.
Bloeitijd Juni – oktober.
Blad Ongesteeld enkelvoudig en kruisgewijs tegenoverstaand. Het blad is eivormig met een spitse top en een gezaagde rand. Zie foto 2.
Stengel De rechtopstaande stengel is glad en kaal en meestal rond of vierkant afgerond.
Zijtakken aanliggend behaard.
Vruchten Eenzadige dopvrucht.
Overig Dikke, ondergrondse wortelstok. Blad aromatisch. Vaste plant.
Standplaats Vochtig tot droge, meestal voedselrijke grond.
In Breda Overal voorkomend in boomspiegels, tussen plavuizen, tegen muren en op braakliggende terreinen.
Vergelijk Op het eerste gezicht moeilijk te onderscheiden van harig knopkruid (Galinsoga quadriradiata). Deze plant heeft echter zijtakken die dicht afstaand wit behaard zijn.

 

Een samenwerking van IVN Mark&Donge en KNNV Breda