Ook in andere steden groeien bijzondere planten. Kijk met ons mee.
---------------------------------------------------------------
Nieuwegein was een dorp en is in enkele decennia een stad geworden.
Maar het is geen steenwoes
tijn, h
et is een stad vol groen en water.
Net als in Breda is ook in Nieuwegein de franjekelk, Tellima grandiflora gevonden. Deze plant komt uit Noord Amerika, en is als tuinplant in ons land ingevoerd.
Geel vingerhoedskruid, Digitalis lutea, (zie de foto's hiernaast) is een Zuideuropese soort, die in Limburg al aardig ingeburgerd is en nu in Nieuwegein is aangetroffen.
Ruwe smeerwortel, Symphytum asperum, is afkomstig uit Zuidoost Europa en Azië. De aanvankelijk roze bloemen verkleuren naar lichtblauw. De plant zaait zich vrij gemakkelijk uit en wordt in Limburg al vaak gevonden, maar nu dus ook in Nieuwegein.
Op de website http://www.natuurnieuwegein.nl/index.html zijn honderden foto’s te vinden van allerlei planten, die hier zijn aangetroffen.
Ook in Eindhoven wordt de stedelijke plantengroei nauwlettend gevolgd.

Deze stad is een samensmelting van een aantal dorpen en buurtschappen. Tussen deze kernen lagen vroeger nog allerlei natuurgebieden. Daar groeiden plantensoorten als tandjesgras, sofiekruid, kleine en ronde zonnedauw, orchissoorten en nog veel meer.
Daar is nu weinig of niets meer van over, deze soorten konden zich in de stedelijke agglomeratie niet handhaven.
Wel hebben andere soorten zich gevestigd of uitgebreid: steenanjer, doornappel, vingerhoedskruid, gebroken hartjes, draadereprijs en vele andere.
Een bijzondere herinnering aan de bevrijding door de Amerikanen in 1944, is op twee plaatsen in Nederland te vinden: in Wageningen en in Eindhoven. Het is een Amerikaanse grassoort, de platte dravik. De zaden zijn waarschijnlijk met militaire voertuigen in Europa terechtgekomen zijn.
Ook bleek cypergras is in Eindhoven gevonden. Ook deze is afkomstig uit Amerika, maar wordt in ons land wel als vijverplant toegepast. In Breda is deze plant ook al een paar keer gevonden.
Bron: Natuur tussen de stenen, uitgave van de KNNV afdeling Eindhoven, 2011.
Vianen is een oud vestingstadje, waar veel middeleeuwse vestingwerken bewaard zijn gebleven.
De Natuur- en Vogelwacht de Vijfheerenlanden heeft jarenlang onderzoek gedaan naar de plantengroei in de stad.
Op oude stadspoorten en –muren komen hier en daar mooie muurvegetaties voor.
Er groeien bv. grote aantallen klein glaskruid, muurleeuwenbek en varens, zoals steenbreek-, muur- en tongvaren.
In de binnenstad lagen van oudsher moestuinen, om de bevolking in roerige tijden van vers voedsel te voorzien. Restanten van de bijbehorende oude akkerflora zijn nog her en der aanwezig: o.a. gladde ereprijs, esdoornganzenvoet en gewone duivenkervel. In overhoekjes en tussen plaveisel zijn ronde ooievaarsbek en stinkende ballote te vinden. Ook de zeldzame distelbremraap en hokjespeul zijn in Vianen nog te vinden
Bij het helaas verdwenen kasteel Batestein lag een destijds beroemde tuin, o.a. door Constantijn Huygens bezongen. In dit terrein groeit nog altijd een groep bostulpen, een typische stinzenplant, die eeuwen geleden uit zuid Europa werd meegebracht.
Vianen – een kleine, oude vestingstad, met een grootse stadsflora !
Bron: Flora van Vianen, http://www.natuurcentrum.nl/floravanvianen.htm
|
Foto's van boven naar beneden: |
Met groene planten begroeide daken zijn belangrijk, zeker in de stad. Ze produceren zuurstof en houden met hun wortelstelsel regenwater vast, dat anders meteen in afvoerpijpen verdwijnt. Ook wordt fijnstof vastgehouden. Bovendien zorgt de vegetatielaag voor een goede warmte-isolatie.
Al heel wat steden in Nederland hebben een subsidiepot voor de aanleg van groene daken en muren.
Den Haag, Amsterdam, Rotterdam, Groningen, Nijmegen, Utrecht, Delft en nog wat andere steden werken al met vaste subsidiebedragen per m2.
Rotterdam is de koploper, daar ligt in 2011 maar liefst al 55.000 m2 aan groene daken. De verwachting is dat dit in 2014 zal zijn gegroeid naar 160.000 m2 !
Amsterdam is met een inhaalslag begonnen. Daar wordt in 2011 6500 m2 groen aan het Amsterdamse daklandschap toegevoegd.
Ook het stadhuis daar kreeg voorjaar 2011 een groen dak met 1700 m2 vetplanten, grassen en mossen. Het is één van de grootste daktuinen van de stad.
In Noord Brabant zijn tot dusver Eindhoven en Tilburg de enige steden, die zich daadwerkelijk met de promotie van vegetatiedaken bezig houden. In Breda is er ook wel enige studie naar gedaan, maar dat is nog niet in daden omgezet.
(Foto: http://www.groendak.info/)
Uit Oisterwijk werd een paar jaar geleden de eerste vondst gemeld van een in het wild groeiende siertabak, Nicotiana sylvestris. Afgelopen herfst werd deze plant op drie plaatsen in Amsterdam gevonden.
Het is een uit Argentinië afkomstige plant, die bekend is omdat de bloemen ‘s nachts heerlijk geuren.
Er komen veel nachtvlinders op af. De plant kan wel anderhalve meter hoog worden en heeft vijf centimeter lange,smalle witte bloemen, die in een tuil bij elkaar hangen. De stengelomvattende bladeren en de stengels zijn kleverig behaard. Het is een wat onevenwichtige plant : de sierlijke, geurende bloemen lijken niet goed te passen bij de dikke, grove bladeren.
Zal deze soort ook in Breda opduiken ? We kijken er naar uit, op warme, droge rommelplekjes, tegen muren en bij fietsenrekken. Kijkt u mee ?
(Bron: www.natuurbericht.nl 2 december 2010; foto: Gerrit Welgraven)
In Amsterdam is voor de tweede keer in vijf jaar de muurnavel, Umbilicus rupestris, gevonden.
Muurnavel is een vetplant, die langs de Atlantische kusten van Engeland en Frankrijk en in het Middellandse zeegebied, op rotsen, stenige plaatsen en oude muren groeit. De plant heeft ronde, dikvlezige blaadjes, die lijken op de veel dunnere blaadjes van waternavel, maar de planten zijn niet aan elkaar verwant.
In Amsterdam groeide de Muurnavel in beide gevallen op oude, basalten kademuren.
(Bron: www.natuurbericht.nl 27 mei 2010)
In Alkmaar, in een straat in een woonwijk uit de jaren vijftig, is iets bijzonders te vinden. Daar groeit nu al enige jaren achter elkaar, tussen de bestrating en bij gevels, het Frans walstro, Galium murale. Het is een ijl, liggend plantje.
Hoe het plantje daar is gekomen ? Waarschijnlijk zijn zaadjes meegekomen in de bandenprofielen van een auto of caravan. Het uitkloppen van automatten e.d. wil ook wel eens tot verrassende resultaten leiden.
De zaadjes zijn voorzien van gekromde haren en blijven dus gemakkelijk overal aan kleven.
(Bron: www.natuurbericht.nl 14 juni 2010).
In Zoetermeer is de hoge fijnstraal, Conyza sumatrensis aangetroffen. Eigenlijk niet zo heel bijzonder, want deze soort is al bekend uit o.m. Leiden, Rotterdam en Enschede. Het bijzondere is, dat de plant er massaal voorkomt en dus lang niet opgemerkt is. Hij lijkt sprekend op de Canadese fijnstraal, Conyza canadensis, maar dan in groter formaat.
De hoge fijnstraal is hier in Breda ook aanwezig. We hebben deze plant op diverse plaatsen in de stad gevonden. Verder kennen we nog de ruige en de gevlamde fijnstraal. Ook de gevlamde fijnstraal komt in Breda voor. Elders op deze website, bij de plantbeschrijvingen, vindt u daar meer informatie over. Maar de ruige fijnstraal hebben we nog niet aangetroffen.
(Bron: www.natuurbericht.nl 30 september 2010).


In Spijkenisse groeide en bloeide in een bloempot op een balkon, zomaar de vrij zeldzame vleeskleurige orchis, Dactylorhiza incarnata. Het was een onverwachte gast, die spontaan opkwam in een polletje watermunt, dat bedoeld was om thee van te trekken.
(Bron: www.natuurbericht.nl 4 oktober 2010. Foto: Joop van Heeswijk)
In heel Nederland komen ambrosia-planten voor. Ze zijn afkomstig uit Noord Amerika en de zaden worden hier met vogelvoer aangevoerd.
Het zijn fraaie planten, met decoratief, fijnverdeeld blad. Maar ze zijn hier niet welkom, want het zijn beruchte hooikoortsplanten. Nu mogen de zaden niet meer in vogelvoer gebruikt worden.
De ambrosia bloeit laat, van eind september tot eind oktober. 80 % van deze planten groeit in tuinen. De Voedsel- en Waren Autoriteit (VWA) doet een algemene oproep, om deze planten vóór ze gaan bloeien, te verwijderen.
Zie www.ambrosiavrij.nu
In Nederland komen drie ambrosia-soorten voor: alsemambrosia (Ambrosia artemisiifolia), zandambrosia (Ambrosia psilostachya) en driedelige ambrosia (Ambrosia trifida). De planten behoren tot de Composietenfamilie en z
ijn oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika waar ze ragweed genoemd worden. Ambrosia is Grieks voor 'voedsel voor de goden'.
(Bron: www.natuurkalender.nl. Foto's: Arnold van Vliet)
Delft is een oude stad met veel oude gebouwen, oude kademuren en stenen bruggen. Daar zullen van oudsher veel muurplanten hebben gegroeid.
De laatste twintig jaar heeft de Delftse KNNV de muurplantenstand gevolgd en gedocumenteerd. Het aantal soorten is in die tijd toegenomen, vooral varens nemen toe, in soort en aantal. De muurvaren was al jaren de algemeenste varen, later kwamen ook de eikvaren, tongvaren en steenbreekvaren steeds meer voor. De laatste aanwinst is de schubvaren. Leuk om te weten, dat al deze varens en nog meer soorten, ook in de stad Breda te vinden zijn !
(Bron: www.natuurbericht.nl 26 maart 2010)


Schubvaren Steenbreekvaren
In Alkmaar worden door de plantenwerkgroep van de KNNV regelmatig bijzondere waarnemingen gedaan. Enige tijd geleden ontdekten ze Cotula australis. Deze plant werd nooit eerder in Nederland waargenomen. De plant is afkomstig uit Australië en Nieuw Zeeland. De Engelse naam is ‘southern waterbutton’.
In Nederland komt wel een gewone ‘waterbutton’ voor: Cotula coronopifolia, het goudknopje. Dit plantje is sinds 1975 in Nederland ingeburgerd en komt oorspronkelijk uit Zuid Afrika.
Cotula australis schijnt een hardnekkige plant te zijn in de gebieden waar het zich als nieuweling heeft gevestigd, zoals op Tenerife en in Californië.
In Alkmaar heeft het de eerste veegbeurten met staalborstels overleefd.
(Bron: www.knnv.nl/alkmaar)
Mogelijk gemaakt door Webnode